De Tweedaagse Voettocht Blankenberge
Zondag, Dag 2
Ik vind een stoeltje bij een tafel, met zicht op het podium. Hier is even wat entertainment bezig. Er is iemand muziek aan het draaien, en er staan twee jonge dames te dansen. Natuurlijk noem je iemand die muziek draait een ‘DJ’, maar ik twijfel of dat de lading dekt in dit geval. Okee, technisch gezien is hij dat, maar hij start enkel Kabouter Plopmuziek in, of soortgelijke dingen, en laat dan de dames hun ding doen. Noem ze maar op, ze komen langs. ‘Lief klein konijntje’, de ‘Pinguindans’, het ‘Ploplied’ en natuurlijk de ‘Kabouterdans’. Het erge is dat ik ze nog allemaal ken ook. Of in ieder geval,
herken. Dat komt natuurlijk vooral door de 4Daagse. Die in Nijmegen welteverstaan, waar wandelaars weleens zo’n muziekje opzetten tijdens rustige stukjes.
Rond een uur of 4 vind ik het wel weer mooi geweest. Ik zit nu ongeveer een half uur hier op het finishterrein, en het is een komen en gaan van wandelaars. Rustig ga ik van het terrein af en terug naar mijn hotel. Ik moet nog inchecken, dat kon vanochtend nog niet, maar nu is het laat genoeg. Mijn tas staat nog op dezelfde plek als waar ik het vanochtend heb achtergelaten. Andere tassen zijn zo te zien al weg en weer anderen stonden er vanochtend nog niet. Ik krijg een kamer op de vierde verdieping, de bovenste. Het is aan de voorzijde met uitzicht op het stationsplein en de grote letters die het woord ‘Blankenberge’ spellen. Best leuk uitzicht eigenlijk. Er lopen allerlei mensen kriskras over het plein, en de tram rijd er ook overheen. Ik zie ook nog een wandelaar of twee, of drie, over het plein lopen, ook ongetwijfeld onderweg naar hun hotel.
In mijn hotel zit geen restaurant voor avondeten, ik moet er dus nog even uit. Na weer opgefrist te zijn en normale kleding aan te hebben getrokken loop ik mijn kamer weer uit, maar in mijn ooghoek zie ik links aan het eind van de gang een deur die naar het dakterras leidt. Dat maakt me wel nieuwsgierig. Ik ga naar buiten en zie daar, een zwembad! Hier, op het dak, met uitzicht over Blankenberge. Jammer, ik heb geen zwembroek bij me. Toch maar naar beneden dan. Beneden kijk ik even rond, en ik denk dat ik het best weer naar de boulevard kan gaan om daar een restaurantje te zoeken. Het is ondertussen prima weer geworden, en het ziet er naar uit dat dit morgen ook doorzet. Na het eten loop ik terug richting mijn hotel, maar kies wel een straat waar ik nog niet nu net of vanochtend gelopen heb, dat is wel zo leuk.
Mijn wekker gaat weer, gelukkig wat later dan gisterochtend. Mijn tocht is dan wel langer dan gisteren, maar ik hoef nu natuurlijk niet minimaal twee uur in de trein te zitten. Daarom heb ik nu wel een ontbijtje geboekt, en ik begin rustig aan de dag. Beneden vraagt de mevrouw bij de receptie naar mijn kamernummer, en ik antwoord “nummer 22”. Ze zegt dat er helemaal geen ontbijt is geboekt op dat kamernummer, maar dat ik wel kan gaan zitten en dan zet ze het erbij. Okee, misschien had ik me vergist. Ik neem het er even van, en dan ga ik weer naar boven om mijn spullen te pakken. Ik moet wel meteen uitchecken, want ik ben natuurlijk nooit op tijd terug van die 32 kilometer van vandaag. Weer terug bij de receptie lever ik mijn kamerpasje in. “Nummer 410”, zegt de mevrouw van de receptie. “Dat is niet hetzelfde nummer wat je me net doorgaf”. Inderdaad. Dat is het niet. Daarnet zei ik ’22’, maar dat was mijn nummer in het hotel in Antwerpen. Helemaal vergist. Op nummer 410 staat inderdaad wel mijn ontbijt geboekt, en de mevrouw haalt het ontbijt weer van kamer 220 (er is hier geeneens een ’22’) af. Heb ik bijna per abuis andere mensen met een ontbijtje opgezadeld.
Ik mag mijn tas weer achterlaten bij de receptie en ik loop naar de start. Vandaag heb ik mijn jas ook maar achtergelaten. Onderweg kom ik een aantal grote poppen, een soort reuzen, tegen die over de straat worden geduwd. Ergens naartoe, en als ik om kijk zie ik dat er ook iemand
in loopt om het gevaarte te sturen. Omdat het nu een uur vroeger is dan gisterochtend voelt het op het startterrein een stuk drukker, maar ik krijg mijn startknipje vlot en krijg weer een flesje drinken en wat kleins te eten mee. De route gaat nu naar links in plaats van rechts als we het terrein aflopen. Dan lopen we een klein stukje langs de weg richting de jachthaven van Blankenberge. Ik zie de masten van de zeilboten al boven de dijk uitsteken. We lopen een halve cirkel rond de jachthaven, onder een bootkraan door en gaan naar links. Aan de overkant van de haven zie ik het einde van de rijtjesflats. Het is twee keer zo hoog als het oudere vuurtorentje wat ernaast staat. De rijtjesflats eindigen ook op een typisch Belgische manier. Een grote hoge blinde gevel bedekt met de bekende grijze ruitvormige platen. Geen fraaie hoekoplossing dus. De pijlen van de route wijzen via een trapje van de dijk af om honderd meter verder weer de dijk op te gaan. Vreemd, maar ik zie dan een paar bouwhekken staan, dus het zal wel niet anders kunnen.
Vrijwel meteen gaat de route over in een duinpad. Dit is een vlakker pad dan het duinpad van gisterochtend, en de ondergrond gelukkig een stuk steviger. Het is ook veel dichter begroeid, en ik loop tussen en onder de kleine boompjes en struiken. Om de zoveel meter hangt er weer een bord met een pijl. Deze tocht is wel extreem goed gepijld, denk ik bij mezelf. Verkeerd lopen is eigenlijk niet mogelijk. Ook staat er soms een hoge vlag, als er een punt onduidelijk kan zijn, zoals gisteren bij het aflopen van het strand.
“Weldra splitsing”, staat er dan op een bordje. De kortste afstand, 7 kilometer, gaat er hier af en over een apart bruggetje van allemaal onder willekeurige hoeken geplaatste houten balken. De burg heeft de naam “Het Wrakhout”. Het lijkt een beetje op een vogelnest, of het spelletje mikado. De brug gaat over een weg en de trambaan die ook hierlangs ligt. Aan de andere kant zijn een paar vakantieparken. De langere routes gaan er echter onderdoor, en vervolgen het pad over de duinen.
Dan komen er weer flats in zicht. Weer een muur rijtjesflats. Dit keer van het dorp Wenduine, en het duinpad eindigt bij het begin van de boulevard van dat dorp. Het is hier vanuit mijn perspectief ook nu een lange muur, maar deze zijn wel iets lager. Ik tel een verdieping of 8 bij de meeste flats. Langs deze boulevard staan allerlei beelden. Vooral naakte mensfiguren, maar af en toe ook iets anders. Mijn ouders melden mij dat ze vandaag niet in Antwerpen blijven, en nu onderweg zijn naar huis. Ik ga vanmiddag dus gewoon door met mijn normale plan, terug naar huis met de trein en niet terug naar Antwerpen of iets dergelijks. “Het is nu goed weer” sturen ze ook, en inderdaad dat is het ook. Ik weet nu al dat het een prima idee was om mijn jas in mijn tas achter te laten. Koud ga ik het niet krijgen. De wind is misschien fris net als gisteren, maar nu is er volop zon en die temperatuur is helemaal goed. De boulevard van Wenduine komt weer ten einde aan deze kant is een grote kwartronde muur met allerlei bankjes erin opgenomen. Ik ga weer een duinpad op.
Dit pad is wel van korte duur, en het gaat meer en meer richting het strand, maar ik blijf nog op een verhard pad aan de kant van de duinrand. Voorlopig in ieder geval nog geen mul zand. Links is een trap omhoog, en hier staat bij dat dit voor de terugkomst van de 15 en 24 kilometer is. Ik moet in ieder geval dus nog verder. Het pad eindigt iets verder op het terras van een restaurant, en hier is een controlepost. Die andere afstanden moeten dus weer terug, maar voor de 32 kilometer staat er een bordje in het zand die rechtdoor wijst. Toch het zand in. Het zij zo, en ik loop verder. Ik beweeg me schuin richting de zee, en gelukkig is er vandaag wel een redelijke ondergrond dicht bij het water. Ik kijk naar alle voetstappen die al in het zand staan. De ene ondiep en oppervlakkig, de ander een waar gat. Sommige mensen zijn lichtvoetig, maar anderen doen blijkbaar flink stampen, denk ik bij mezelf. Ik probeer achter me te kijken hoe mijn eigen voetstappen er eigenlijk uitzien. Niet zo vlak als sommige anderen, maar ook zeker niet zo diep, zie ik.
Dit stuk strand is langer dan het stukje van gisteren, en het geluid van de golven rechts naast me sluit me een beetje af van de omgeving. Ik denk aan allerlei willekeurige dingen, het gaat van hak op de tak. Bij mijn volgende onderwerp ben ik de vorige alweer vergeten. Als ik ineens opkijk op het moment dat me ineens weer door het hoofd schiet dat ik in België aan het wandelen ben, zie ik dat ik meteen weer een aardig stuk verder ben. Voor me zie ik hoge gebouwen, ik vermoed dat dit Oostende is, maar zo ver zal ik niet komen. Het doet me denken aan Scheveningen, zoals je het vanuit de verte ziet bij bijvoorbeeld de Duinenmars in Den Haag, ondanks dat het nu een beetje heiig is. Maar dan in spiegelbeeld. Link op de duin zie ik een vlag staan. Het is er een van de Tweedaagse, daar zal ik wel heen moeten. Ploeterend ga ik het strand over en omhoog richting de vlag. Er is hier een trap over de duinen het strand af, maar er staat een pijl dat ik op het strand moet blijven. Ik kijk nog even naar beneden, naar het eind van de trap, geen pijl daar inderdaad. Andere wandelaars komen ook aangeploeterd en komen tot dezelfde conclusie. Dan maar weer terug naar beneden en naar het stevige zand. Deze tocht is heel goed aangegeven, zoals ik eerder al bij mezelf dacht, en ook nu klopt de pijl gewoon, maar hier is het misschien wel té goed aangegeven! De trap had ik nooit opgemerkt, en ik was gewoon verder gelopen, als die vlag er niet had gestaan.
Niet veel verder is dan toch echt het einde van het stuk over het strand. Ook hier staat een vlag bij het begin van weer een boulevard. Het is nu de boulevard van het dorp De Haan, maar hier staan zowaar geen rijtjesflats. Wel grote villa’s en losse appartementengebouwen. Het is een rustige boulevard, met ook niet veel restaurantjes of iets dergelijks, en het is niet zo lang. Aan het eind ga ik wederom een duinpad op, maar na een hutje bedekt met visnetten moet ik moet linksaf slaan en de weg oversteken. Aan de andere zijde ga ik een bos in, en het pad hier is ook mul zand. Héél mul zelfs, het lijkt een beetje op vogelzand. Het duurt niet lang, en ik loop het bos uit een woonwijk in. Terug op verharde grond. Het is een luxe wijk zo te zien, met grote huizen. Ik vermoed dat er veel vakantiehuizen tussen zitten.
Ik kom aan bij een pleintje, een erg netjes en rijk ingevuld pleintje. De gebouwen hebben een fantasievol uiterlijk, ze lijken zo uit Disneyland te komen. Met stijle daken, veel houten vakwerkgevels, kleine koepeltjes en luiken bij de ramen. Voordeuren en portieken hebben vaak een boogje. In een café is weer een controlepost. Toch loop ik nog verder, ik vind het nog te vroeg om te rusten. De route gaat nog een stukje verder door deze wijk en totdat ik aan het eind bij een weg kom waar ook de tram weer rijd. Aan de andere kant gaan we een bos in. Hier veranderen de pijlen ineens van de groene houten bordjes met witte pijlen naar kleine plastic pijltjes met het logo van de Tweedaagse erop. Onverwacht, maar er staan er genoeg om op te vallen. De route kronkelt verder door het bos. Het is een mooi stuk, en aan beide zijden van het pad staan wat lagere bomen. Je waant je tussen het groen, maar het voelt toch open. Dan komt er een andere afstand bij, de 24 kilometer. Ik heb nu toch niet al 8 kilometer extra gelopen? Nee, ik zal wel nog een lusje hebben ergens. Het stuk door het bos eindigt en de route loopt door een kort straatje met huizen richting het weiland.
Van bos en heuvels van de duinen is het snel erg vlak, en kaal. Hier net tussen de weilanden is weer een rustpost, en nu, op een kilometer of 15, besluit ik wel dat het tijd is om te gaan zitten. Ik krijg ook twee pakjes sap, altijd welkom. Op mijn stoel kijk ik naar de wandelaars die voorbij komen. Ik lijk vandaag wel aardig in het peloton te zitten, om het zo maar te noemen. De tijd gaat altijd snel voorbij als je aan het rusten bent, helemaal als het zulk mooi weer is, en na een klein half uur ga ik weer verder. Het weggetje slingert richting een grotere weg en ik moet linksaf slaan. Mijn blink draait mee en voor zie ik meteen weer een grote rij flats. Is het Blankenberge? Nee, dat kan niet, het is natuurlijk Wenduine. Het is van korte duur, en ik draai een weggetje in naar rechts, langs de muur van een begraafplaats.
Op de grond staat hier een paar keer met krijt
“Pas op 5-5 veel wandelaars. Enkele duizenden!” Ik kom er snel achter waarom dat hier staat, dit weggetje is populair bij wielrenners. En die hebben vandaag duidelijk een verkeerde dag gekozen om hier te gaan fietsen want snelheid kunnen ze niet maken. Ze zijn zichtbaar geïrriteerd, maar ja, dan had je maar naar het krijt op de straat moeten kijken. Het weggetje kronkelt door het laagland. Het is de Uitkerkse Polder, en het is eindeloos leeg. Plassen water en gras, enorm plat en zonder bomen. Af en toe draait mijn blik door het meanderen van de weg weer in de richting van de zee, en dan zie ze weer majestueus staan. Links de rijtjesflats van Wenduine, dan even niets, en rechts de nog grotere rijtjesflats van Blankenberge. Het is best een indrukwekkend beeld eigenlijk. Dit landweggetje kronkelt nog enkele kilometers verder, en halverwege is er weer een splitsing. Hier komt mijn andere lusje, denk ik, maar nee, de 24 kilometer route blijft gewoon bij ons. Mijn eerdere lus voelde niet zo lang, maar blijkbaar was dat het toch echt. Het blijft kaal, plat, maar het is wel een mooi gebied. In de verte zie ik drie torens staan. Is dat dan weer Brugge? Ik zou niet weten wat het anders kan zijn, en het is grappig om te beseffen dat die stad hemelsbreed zo dichtbij is.
De route slaat linksaf, weer een dorp in. Het is Zuienkerke, en hier is de autoweg afgesloten. Snel word duidelijk waarom, op straat is een heuse vrijmarkt, en er spelen bandjes, en de route gaat er zo tussendoor. Op verschillende plaatsen hangen spandoeken over de Tweedaagse, en op een kraampje met broodjes staan voetstapjes op de prijslijst. Dat kan geen toeval zijn, deze dag is speciaal vandaag gepland voor de doorkomst. Ik loop rond de kerk en aan de andere kant is een plantsoentje. Het kronkelende stuk door de polder was erg lang, zo’n 7 kilometer, dus het is alweer tijd voor een tweede rust. In het plantsoentje staan een paar picknicktafels, een prima plek. Het bandje speelt wat houterig een paar klassiekers en ik eet eindelijk de ontbijtkoek, of eigenlijk, de peperkoek, op die ik vanochtend heb meegenomen bij het ontbijt in het hotel.
Weer een klein half uur later ga ik weer op pad. Ik heb er nu 25 kilometer op zitten, dus nog maar zeven te gaan. Vrijwel meteen gaan we weer naar links, ik heb het gevoel dat ik veel vaker linksaf sla dan rechtsaf, en we lopen het dorp uit. De route gaat weer langs de polder, en iets verderop gaan we zelfs van de weg af het natuurgebied in. Hier staan twee vrouwen die een foto van zichzelf proberen te maken onder een boompje dat een soort poortje vormt. Dat lukt niet, en als ik aankom vragen ze mij om een foto te maken. “Natuurlijk”, zeg ik, dat geen probleem. Het stukje door het natuurgebied is kort, en is alleen om aan de goede kant van een restaurantje uit te komen die als rustpost dient. Ik loop er voorbij, en dan rechts en weer links kom ik weer op het weggetje van daarnet. Hier in de bocht staan twee dames met een ijskraampje. Die had ik gisteren ook al ergens zien staan, maar nu is het er eigenlijk wel weer voor, dus ik bestel een bakje met twee bolletjes. Aardbei en ‘Nutella’. Het blijkt best lekker ijs te zijn en ik ben ook niet de enige.
Recht voor me word Blankenberge steeds groter. Ik zie de huizen, en het kerktorentje voor een achtergrond van rijtjesflats. Ik ben er wel bijna nu. Het weggetje draait Uitkerke in, hier ben ik gisteren ook ergens geweest, maar wel ergens anders. Weer gaat het ongezien over in Blankenberge en ik kom uit op een straatje wat ik wél herken. Hier was ik gisteren ook vlak voor het eind. En inderdaad, op de achtergrond hoor ik weer muziek die bij elke stap dichterbij luider word. Een straat verder dan gisteren ga ik naar rechts en ik kom weer op de weg naar de haven uit, aan de achterzijde van het terrein van de school. Nog even oversteken, om een schoolgebouw terug naar de poort, en dan zit de Tweedaagse van Blankenberge er alweer op.
Ik loop het finishterrein weer op, en het is weer gezellig druk. Het podium waar gisteren de Kabouter Plop-DJ bezig was staat nu vol met allerlei attributen. En dan staan daarnaast ook de reuzen van vanochtend, die werden dus gewoon hier naartoe geduwd. Ik loop richting de gymzaal om me af te melden, en buiten voor de ingang krijg ik het laatste knipje, weer een flesje drinken en een munt als beloning. Best een zwaar ding. Ik loop eerst nog de gymzaal binnen voor ik even ga zitten ergens. Binnen staat namelijk het tafeltje voor de IML stempel, had ik gisteren al gezien. Er staat een kort rijtje, dus ik ben redelijk snel aan de beurt. Ik krijg mijn stempel en vraag om een ‘bar’. “Een nieuwe of een oude?” vraagt de mevrouw. Ik weet even niet wat ik moet antwoorden, maar blijkbaar is er een nieuwe stijl van bars, waar de naam van de plaats op staat in plaats van de naam van het land. Als ik nadenk, besef ik dat de bar die ik Nijmegen vorig jaar heb gehaald inderdaad ook de plaatsnaam erop heeft in plaats van het land, dus ik vraag om de nieuwe. Dat is dat dan.
Buiten staan nog allerlei standjes, waaronder een met wat merchandise. Ik koop nog een klein pinnetje erbij, en daarna zoek ik een stoel. Als ik zit word er nog iemand gehuldigd op het podium. Die heeft een een of ander aantal IML tochten behaald met deze tocht en hij krijgt een diploma en een medaille. Dat heb ik in Nijmegen nooit gezien, maar goed, daar is het zo massaal, dat soort dingen zal ik vast gemist hebben. Ik blijf even zitten, maar ik besluit dat het toch maar tijd is om te gaan. Dit was een leuke tocht en een goed evenement, maar aan alles komt weer een eind. Ik ga terug naar het hotel om mijn tas nog op te halen en dan naar de trein. Die terugreis zal vandaag overigens voorspoedig verlopen. Deze afgelopen twee dagen waren mijn eerste georganiseerde tochten in het buitenland. Het was dan wel België, en niet heel exotisch, maar het was toch weer een nieuw avontuur. Ik heb allerlei mensen zien langskomen, en allerlei mensen over allerlei wandelzaken horen praten. Toch hebben zij het ook hier eigenlijk over dezelfde wandelzaken als wij in Nederland. Dan blijkt
wandelen toch ineens ‘universeel’ te zijn. Of misschien, moet ik die theorie nog eens in Japan testen, daar, las ik, is ook een IML tocht.